Klaas Dijkhoff. Bron Arenda Oomen via Wikimedia Commons

VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff nam vorige week opzichtig afscheid van de Rooms-Katholieke Kerk. Hij plaatste een afscheidsbrief op de site van de partij in nogal gezwollen taal. Dijkhoff schreef echter ook dat hij positieve ervaringen opdeed met de kerk. Een aalmoezenier met een paarse Harley, zijn oudoom en een straatprediker inspireerden hem. Vaak laten zulke mensen weinig sporen na in de bronnen. Terwijl juist deze kerkelijke werkers al hun krachten geven om kerkgangers te helpen een weg te vinden in de kerk en het geloof.

Een kerk in Wassenaar. Bron Gerard Dukker, via RCE, Wikimedia Commons

Enige tijd geleden sprak ik een Urker zanger. Na de spreekwoordelijke koetjes en kalfjes vroeg ik hem waarom koren zoals die van hem zo hard zingen. Terwijl zijn ogen lichtjes schitterden, reageerde hij met een proeve van bekwaamheid door Psalm 107:12 in te zetten: „Zij die de zee bevaren, met schepen rijk bevracht.” Hij stopte en zuchtte voldaan. „Hiervoor oefenen we dus jaren.”

U kent ze wel, die stereotypen van de gereformeerde gezindte: rokjes, zwartekousenkerken, noem maar op. In de negentiende eeuw was er ook zo’n begrip voor orthodoxie: pruikenmakersgeloof. Hoogleraar C. W. Opzoomer schreef het woord op in de jaren 1860.

C.W. Opzoomer, door Jozef Israels. Bron Wikimedia Commons

De -inmiddels gesloopte- Prins Mauritsschool aan de Irenelaan in Dirksland. Bron Eilandennieuws, 1991 (krantenbankzeeland.nl)

Wie herinnert zich het eerste psalmvers dat hij moest leren op de basisschool? Voor mij was dat, inmiddels ruim 25 jaar geleden, Psalm 6:9. Ik ben het nooit meer vergeten.

Bron Pixabay

Het is zomer en in deze tijd zijn er elke dag op de radio sportreportages te beluisteren – tot vervelens toe. En thuis moet de racefiets worden gepakt.

Dat is niet gek ook: de afgelopen twintig jaar zijn we steeds meer gaan werken. De computer gaf de gelegenheid om na werktijd ons calvinistisch ethos te plezieren door nog een zwik werkmail weg te werken. Machines namen steeds meer zware taken over. Kortom: met een zittend beroep is een beetje sport niet overbodig.

De dorpsschool, volgens schilder Jan Steen (1662).

Het schooljaar is bijna ten einde. De opvoeding en vorming liggen voor zes weken weer volledig in handen van de ouders. Dat was vroeger nog sterker. De reformatie zette een stop op geloofsopvoeding via school. En ouders vonden het van buiten leren van de catechismus ook niet zo nodig.

Een hervormingslied uit 1817. Bron Google Books

„Waar is zoo veel leeds geleden?/ Zoo gemoord en zoo gebrand?/ Waar zoo lang en bang gestreden,/ Als weleer in Nederland?/ Wij vereeren, dapp’re Vaadren!/ Uwe waarheidsliefd’ en moed./ Altijd stroom’ uw edel bloed/ Onverbasterd in onz’ aadren!/ Uw geloof en deugd en kracht/ Sier’ uw dankbaar nageslacht!”

Dr. K.H. Miskotte. Bron Wikimedia Commons

Een goede preek brengt kerkgangers in beweging. Door genade keert de mens terug naar God.

Fik Meijer. Bron fikmeijer.nl

Fik Meijer. Bron fikmeijer.nl

Een historicus die een boek schrijft over Jezus. Dat is een waagstuk. Maar Fik Meijer durfde dat aan, getuige zijn onlangs uitgekomen boek Jezus en de vijfde evangelist. Jezus was wel een historisch figuur, betoogt Meijer, maar in wonderen of de opstanding gelooft de schrijver niet. Ondanks die horizontale insteek staan hele passages niet eens zo ver van de Bijbel af.

Bron Uitgeverij Van Tilt

Bron Uitgeverij Van Tilt

Vraag tien willekeurige personen die de middelbare school achter zich hebben welke docent hun het meest is bijgebleven. De docent geschiedenis zal hoge ogen scoren.

Hij vertelde verhalen, liet filmpjes zien of probeerde met andere middelen het verleden tot leven te wekken. Daarmee riep hij vragen op over hoe onze voorouders leefden en dachten en wat ze daarmee zeggen over ons leven hier en nu.

Over iets dergelijks gaat het boek van Peter Rietbergen, emeritus hoogleraar cultuurgeschiedenis in Nijmegen. Hij merkt dat de traditionele geschiedwetenschap niet meer voldoet voor het grote publiek. Wie wat verleden wil consumeren, pakt geen dikke geschiedenisboeken over details. In Clio’s stiefzusters verkent hij nieuwe wegen waarop de geschiedenis wordt overgedragen.