Amerikaanse invloeden

Door in Geschiedenis op 26 april 2019

We hebben veel aan Amerika te danken. Amerika heeft vanaf de negentiende eeuw tienduizenden Nederlanders een nieuw vaderland gegeven. Amerikaanse soldaten hebben in de Tweede Wereldoorlog mede ons land bevrijd. Het land leverde met de Marshallhulp de nodige financiële injecties om de economie na de oorlog weer op gang te helpen. Amerika heeft een uitgebreid kernwapenprogramma opgezet in de Koude Oorlog om Europa te beschermen tegen een nucleaire oorlog met Rusland.

Billy Graham in Nederland, in 1954. Aan weerszijden van hem ds. J. J. Buskes en majoor L. Nijman van het Leger des Heils. Bron gahetna.nl

De kerk in Nederland heeft na de Tweede Wereldoorlog allerminst aandacht gehad voor deze zegen. Amerikanisme was een term die stond voor alles waar de kerk niet naartoe moest. In de strijd tegen het communisme was ook het amerikanisme een voorbeeld van modern heidendom, vermelden de synodehandelingen van de Hervormde Kerk in 1947. Dr. H. Berkhof schreef in zijn boekje ”Crisis der middenorthodoxie”: „Ik waag de stelling, dat onze drukke, bijna Amerikaans aandoende, kerkelijke activiteit ontspringt aan een opvatting van de Wet los van het Evangelie, die samenhangt met het feit, dat ’s zondags een Evangelie los van de Wet wordt verkondigd.”

Hij en tientallen andere theologen lieten hun lezers dus huiveren bij de gedachte aan overzee. Amerikanisme stond bij Berkhof voor reorganisatie van de kerk in plaats van reformatie van het hart. Voor anderen was het een metafoor voor zending als louter hulpverlening; voor publiciteit door sprekers en decor in plaats van door inhoud; voor een optimistische alverzoening in plaats van een particuliere verzoening; voor een levenshouding gebaseerd op vermaak in plaats van een dieper liggende moraal. Tijdschrift De Reformatie karakteriseerde het als een „afschuwelijke vervlakking.”

En daar viel best wat voor te zeggen. Na de oorlog overspoelde de charismatische beweging de Verenigde Staten. Traditionele kerken raakten hun leidende rol kwijt. Jongerenorganisatie Youth for Christ, opgericht in 1944, groeide explosief en organiseerde ook in Nederland grote bijeenkomsten met onder anderen prediker Billy Graham.

De laatste jaren heeft Amerika in kerkelijk Nederland opnieuw flink aan de weg getimmerd. Theologen als Tim Keller of John Piper worden veel gelezen. Samen met Robert Schuller van de Hour of Power, Bill Hybels van Willow Creek en Rick Warren met zijn doelgericht leven en gemeente-zijn ondergingen ze in eerste instantie hetzelfde lot: het gaat hen om grote getallen, ze leggen te veel nadruk op de organisatie of te weinig nadruk op de kracht van de zonde. Het moet in de lage landen een spade dieper.

Hebben we veel aan Amerika te danken? Of hebben we veel aan onszelf te danken? Het is bijna komisch. Onbewust volgt decennialang een volgzame houding op een kritisch woord. Ook hier zijn immers fikse kerken ontstaan met een uitgebreid vrijwilligersapparaat. Kerkpioniers in grote steden als Amsterdam beroepen zich bovendien regelmatig op Tim Keller. En van de afgewogen kritiek op boeken van Amerikaanse theologen spatten nauwelijks vonken.

Een spiegel van de geschiedenis is het wellicht, humor met weliswaar een grimas.

Dit is een aflevering uit de kerkhistorische rubriek ‘Kerkhistorie met een knipoog’ van het Reformatorisch Dagblad (link). Deze column verscheen in november 2017.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *