Dominee Schouten telt vijf eeuwen predikanten in de familie – en een pastoor

Door in Geschiedenis op 24 april 2015

Je kunt met minder je emeritaat als predikant ingaan. Maar Jan Peter Schouten, predikant in Naarden, heeft er werk van gemaakt. Hij speurde de stamboom van zijn familie na op zoek naar ‘voorvader-dominees’. Maar liefst elf predikanten en een priester uit de eerste tijd van de Reformatie in Nederland kregen een portret in zijn boek ‘Hij preekte, hij leerde altoos…’, dat half april werd gepresenteerd.

Hoewel Schouten in het verleden heeft geschreven over (de waarde van) het hindoeïsme – hij is daarop in 1991 gepromoveerd – slaat hij met zijn nieuwe publicatie een andere weg in. Getuige de gedetailleerde en vlotlezende familiekroniek is aan de predikant een historicus verloren gegaan. Wellicht dat het pensioen van Schouten nog meer geschiedkundige publicaties zal opleveren.

Bron Uitgeverij Verloren

Bron Uitgeverij Verloren

Schouten geeft met zijn predikantengalerij inzicht in de grote lijnen van de kerkgeschiedenis van protestants Nederland. Hij begint van Reijner Joosten van Brakel (1489/90-ca. 1567), een getrouwde pastoor. Zijn huwelijk leverde hem problemen op met de Rooms-Katholieke Kerk, die in die tijd de touwtjes strakker begon aan te trekken wat het celibaat betrof. Daarna gaat het boek verder met discussies over predikanten met en zonder theologische opleiding, over remonstranten en contra-remonstranten, over rede en openbaring in de Renaissance, over predikanten aan de rand van protestants Nederland zoals in Brabant en in het katholieke Twente, over coccejaanse en piëtistische voorvaders en ten slotte over zijn gereformeerde opa(?) Adriaan Schouten (1864-1954), een ‘leerling van Kuyper’ die wel de ‘gereformeerde paus van de Achterhoek’1 werd genoemd. Schouten blijkt verwant te zijn aan Cornelis Eliza van Koetsveld (1807-1893), een vooraanstaande negentiende-eeuwse predikant, en hij heeft ook bloedbanden met de familie Ledeboer, waarvan Lambertus Gerardus Cornelis Ledeboer (1808-1863) bekend is vanwege zijn leiderspositie bij de afgescheidenen. Een portret van de laatste is echter niet opgenomen.

In zijn boek geeft Schouten niet alleen positieve maar ook negatieve momenten van zijn voorvaders een plaats. Schouten hanteert een onopgesmukte visie op zijn familiegeschiedenis. Hoogstens is zijn eigen opvatting hier en daar terug te lezen. Zo bevreemdt het hem dat een predikant van mening is dat Bijbelse figuren meenden echt inzicht te hebben in Gods wil en die openbaring ook aan andere oplegden.2 Aanbeland in de negentiende eeuw krijgen de afgescheidenen regelmatig de benaming ‘orthodoxe malcontenten’. Adriaan Schouten of zijn leermeester Abraham Kuyper krijgen meer eer. Het zijn kleinigheden. Ze staan het doel niet in de weg dat Jan Peter Schouten had met het boek, getuige de boektitel.

‘Van al die predikanten in de loop van de eeuwen kan hetzelfde gezegd worden als van Gualterus [Wouter] Kolff aan het einde van de zeventiende eeuw: ‘Hij Preekt’, hij leerd’, altoos den Mensch ’t Genaverbond. Dat als een Heijlfonteyn quam vloeyen uyt sijn Mond.’’3

Mooi om te lezen is hoe hij recht wil doen aan de religieuze intenties van predikanten. Hun motieven versmalt hij niet tot enkel geldzucht vanwege een krappe predikantenbeurs of andere louter sociaal-economische motieven.

Een zwak punt van het boek is het ontbreken van secundaire literatuur in het notenapparaat, al heeft Schouten veel primaire bronnen tot zijn beschikking gehad. Het is onduidelijk of onderzoek naar deze rij predikanten al eerder is gedaan. De biografie van Van Koetsveld levert in elk geval geen nieuwe inzichten op. Zijn prachtige verhalende verteltrant heeft bovendien een keerzijde. Al lezende rijst de vraag of elk detail wel in de bronnen is terug te vinden.

De huidige Sint-Pietersbandenkerk in Lommel. Bron Wikimedia

De huidige Sint-Pietersbandenkerk in Lommel. Bron Wikimedia

Hoe dan ook, het boek levert ook tal van prachtige historische anekdotes. Toen de Utrechtse Domkerk na het rampjaar 1672 aan de rooms-katholieken werd toegewezen, werd de kansel van de kerk gegeseld. De ketterijen moesten eruit geslagen worden.4 Theologen waren in de zeventiende eeuw soms breed georiënteerd. Zo had een van Schoutens voorouders behoorlijk wat kennis van anatomie. Hij wilde als theoloog de ziel ontdekken in het menselijk lichaam.5 Opvallend is verder dat tot in de negentiende eeuw het collatierecht gold. Overheidsfunctionarissen of leden van de plaatselijke adel bepaalden op welke predikant een beroep werd uitgebracht. Van een onafhankelijke positie van predikant en kerk was toen nog geen sprake. Aan de rafelranden van het Nederlandse protestantisme verliep het predikantenleven anders. Zo maakten katholieken aan de zuidgrens met de Oostenrijkse Nederlanden (België) het de gereformeerden moeilijk. Ondanks inspanningen en subsidies van de landelijke kerk vielen sommige protestantse enclaves zoals Lommel (lange tijd deel van de Republiek) tijdens de Franse Revolutie weer in rooms-katholieke handen. Die onteigenden het kerkgebouw en hielden zelfs grafruiming op het protestantse kerkhof. Een sterk staaltje van bewuste geschiedvervalsing. Of neem het bijzondere ritueel van de vroegdoop, een bediscussieerd gebruik bij de gereformeerden begin twintigste eeuw.

‘Het principiële standpunt van velen was dat de doop niet uitgesteld mocht worden. Het argument was de hoge waarde die de doop bezat, en niet, zoals bij de rooms-katholieken, de angst dat een kind ongedoopt zou sterven en dan verloren zou gaan. […] Hoever hij [Adriaan Schouten, AL] hierin ging, toont de familie-overlevering over de doopviering van zijn jongste kind aan, vele jaren later in Aalten. In de dienst van zondagmorgen 5 januari 1911 begon hij na de preek het doopformulier voor te lezen. Dit wekte verwarring onder de kerkgangers, want niemand wist bij welk gezin er dan een kind zou zijn geboren. Toen ds. Schouten evenwel de doopvragen had gelezen, zei hij: ‘Hierop is mijn antwoord ja.’ Vervolgens bracht een van zijn oudere dochters het baby’tje binnen, dat die nacht was geboren, en de predikant doopte zijn kind. Geen sentimentaliteit, geen emotie in gezinsverband, maar slechts een objectieve sacramentele handeling, op het juiste moment uitgevoerd.’6

N.a.v.: Jan Peter Schouten, ‘Hij preekte, hij leerde altoos…’, predikantenportretten uit vijf eeuwen (Hilversum: Verloren 2015) 280 blz.; € 29,- ; ISBN 978 90 8704 511 1

Share on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Email this to someonePrint this page
  1. J.P. Schouten, ‘Hij preekte, hij leerde altoos…’, predikantenportretten uit vijf eeuwen (Hilversum: Verloren 2015) p. 242.
  2. J.P. Schouten, ‘Hij preekte, hij leerde altoos…’, predikantenportretten uit vijf eeuwen (Hilversum: Verloren 2015) p. 139.
  3. J.P. Schouten, ‘Hij preekte, hij leerde altoos…’, predikantenportretten uit vijf eeuwen (Hilversum: Verloren 2015) p. 256.
  4. J.P. Schouten, ‘Hij preekte, hij leerde altoos…’, predikantenportretten uit vijf eeuwen (Hilversum: Verloren 2015) p. 72.
  5. J.P. Schouten, ‘Hij preekte, hij leerde altoos…’, predikantenportretten uit vijf eeuwen (Hilversum: Verloren 2015) p. 81.
  6. J.P. Schouten, ‘Hij preekte, hij leerde altoos…’, predikantenportretten uit vijf eeuwen (Hilversum: Verloren 2015) p. 238.

Comments are closed.