Historicus Fik Meijer vindt Jezus een bijzonder mens

Door in Geschiedenis op 2 september 2016
Fik Meijer. Bron fikmeijer.nl

Fik Meijer. Bron fikmeijer.nl

Een historicus die een boek schrijft over Jezus. Dat is een waagstuk. Maar Fik Meijer durfde dat aan, getuige zijn onlangs uitgekomen boek Jezus en de vijfde evangelist. Jezus was wel een historisch figuur, betoogt Meijer, maar in wonderen of de opstanding gelooft de schrijver niet. Ondanks die horizontale insteek staan hele passages niet eens zo ver van de Bijbel af.

Dit interview met Fik Meijer verscheen eerder in Transparant 26.4, in december 2015.

Fik Meijer, inmiddels gepensioneerd classicus en historicus, geniet bekendheid vanwege zijn populaire boeken over de oudheid. Waar de interviewer zich ruim tien jaar geleden worstelde door het handboek over de oudheid van de historici Singor en Naerebout en pas na meerdere pogingen een voldoende in de wacht wist te slepen, bleken de boeken van Meijer licht te verteren. Meijer verstaat de kunst om de spaarzame bronnen uit de oudheid aan elkaar te smeden tot een prachtig beeld van het klassieke verleden, zonder dat zijn onderzoekt lijkt te wankelen door vergezochte interpretaties.

Met dit boek over Jezus lijkt een trend gezet te zijn dat relatieve buitenstaanders van het christelijk geloof zich toeleggen op het schrijven over het christendom. Guus Kuijer heeft al enkele delen geschreven van zijn Bijbel voor ongelovigen en in het najaar publiceerde Dimitri Verhulst in Bloedboek zijn losbandige visie op geweld in het Woord van God. “Zo’n trend zou best kunnen bestaan”, reageert Meijer. “Kerken lopen leeg, maar het geloof heeft zijn kracht nog niet verloren. Voor wie het geloof niet kent of ooit vaarwel heeft gezegd, vlamt soms de interesse ervoor op. Zij willen een ‘eerlijk’ verhaal horen, niet gekleurd door het gezag van de kerk.”
 

Misdienaar

Fik Meijer is opgegroeid in een rooms-katholiek nest in Leiden. Zijn vader was geschiedenisleraar aan het huidige Bonaventura College, destijds een franciscaanse school, op een steenworp afstand van het ouderlijk huis aan de Houtlaan. In zijn jeugd was Meijer misdienaar in de kerk. “En ik was bloedserieus hoor, ik heb het van mijn negende tot ongeveer mijn vijftiende gedaan. Ik geloofde toen rotsvast dat Jezus was opgestaan.”

In het najaar van 2015 kwam het boek Jezus en de vijfde evangelist uit. Bron ardjanlogmans.nl

In het najaar van 2015 kwam het boek Jezus en de vijfde evangelist uit. Bron ardjanlogmans.nl

Al snel daarna, toen Meijer klassieke talen ging studeren met als hoofdvak oude geschiedenis, hield hij het geloof voor gezien. “Maar de belangstelling ervoor heb ik wel behouden. Aan de Universiteit van Amsterdam doceerde ik vaak over het vroege christendom. Mijn belangstelling voor zeevaart leidde me naar de nieuwtestamentische figuur Paulus. Daar heb ik een paar jaar geleden een boek over geschreven. Verder heb ik met mijn Groningse collega Marinus Wes de 2500 bladzijden van Flavius Josephus’ werken uit het Grieks vertaald en vanaf 1992 gepubliceerd. Toen ik dat in 2010 herlas, ontdekte ik een nieuw idee voor een boek. Josephus vertelt veel wat de evangeliën van de Bijbel laten liggen. Mijn vrouw Marianne raadde me toen aan om een keer over Jezus te schrijven. Zo ontstond dit boek: Jezus in de wereld van Josephus.”

Flavius Josephus (37-100) heeft twee boeken geschreven over de tijd en de samenleving waarin Jezus verkeerde. Ongeveer 75 jaar na Christus verscheen het boek De Joodse oorlog en zo’n twintig jaar later voltooide hij het boek Oude geschiedenis van de Joden, dat vooral de Joodse geschiedenis tot aan de tijd van Jezus omvat. Ten slotte schreef hij Uit mijn leven, dat het midden houdt tussen een autobiografie en een verweerschrift, nadat hij overliep naar de Romeinen om het vege lijf te redden.

Hoeveel Josephus ook geschreven heeft over de geschiedenis van de Joden, de naam van Jezus komt maar in één tekstgedeelte voor. Dat is bovendien een omstreden passage, omdat niet duidelijk is of Josephus het zelf heeft geschreven of dat het in later eeuwen is toegevoegd om Josephus te kerstenen (zie kaders).

Is hij dan wel de juiste man om vanuit hem Jezus te beschrijven?

“Zeker wel. Josephus beschrijft veel van de wereld waarin Jezus leefde. Door hem weten we meer over de joodse stromingen van de farizeeën, de sadduceeën, de zeloten en de essenen. Bovendien beschrijft Josephus Jezus slechts minimaal, maar omstanders van Jezus kennen we wel uit zijn boeken. Johannes de Doper, Jakobus, de broer van Jezus, en hogepriester Annas komen er allen in voor. Verder geeft Josephus een boeiende beschrijving van Herodes’ pogingen om in de gunst te raken bij de Joden door de tempel te verfraaien. Pilatus, die door de evangelisten wordt neergezet als een leider die wat halfslachtige pogingen doet om Jezus van de dood te redden, leren we bij Josephus ook anders kennen. Daar is hij een beest, die naar willekeur mensen ombracht. Ik neig toch meer naar Josephus’ mening over hem. Het oordeel over Jezus in de handen van het volk leggen, zoals de Bijbel beweert, is bovendien zo in strijd met het Romeinse recht dat dat niet kan zijn gebeurd.”

"Pilatus, die door de evangelisten wordt neergezet als een leider die wat halfslachtige pogingen doet om Jezus van de dood te redden, leren we bij Josephus ook anders kennen. Daar is hij een beest, die naar willekeur mensen ombracht." Bron onbekend

“Pilatus, die door de evangelisten wordt neergezet als een leider die wat halfslachtige pogingen doet om Jezus van de dood te redden, leren we bij Josephus ook anders kennen. Daar is hij een beest, die naar willekeur mensen ombracht.” Bron onbekend

Critici beweren dat u met uw keuze voor Josephus teveel een ‘christelijke’ Jezus hebt neergezet in uw boek.

“Die critici hebben een heel klein beetje gelijk. Er bestaan een paar joodse bronnen die iets over Jezus vermelden. Maar dat gaat slechts om een paar zinnen, zodat ik die niet heb meegenomen in het onderzoek om de lezer niet in verwarring te brengen. Josephus is de enige niet-christelijke bron over Jezus.”

Zijn niet-christelijke bronnen over Jezus betrouwbaarder dan wat de Bijbel over hem zegt?

“Dat is maar de vraag. De Bijbel is natuurlijk geschreven als een getuigenis van de blijde boodschap, niet als een historisch boek. Ik beschouw de Bijbel niet als het woord van God, maar wel als een bron die je als historicus soms kunt gebruiken. Daarom volg ik af en toe de lijn van de Bijbel, als er geen andere bronnen over Jezus zijn. Andere keren leg ik meerdere bronnen naast elkaar. Josephus krijgt daarbij niet per definitie voorrang. Hij was een enorme fantast die zich continu bediende van overdrijvingen. Bovendien goochelde hij erg met cijfers. Zo schrijft hij ergens dat op een paasfeest ruim 2 miljoen mensen bijeen waren in Jeruzalem. Zoveel mensen, dat kan gewoon niet. Josephus was verder een zeer eigenzinnig man en hij komt niet sympathiek over. Maar zijn grote uitslagen naar boven en naar beneden in zijn karakter spreken mij aan. Met een gezonde historische blik probeer ik de gebeurtenissen van het verleden te checken en te duiden.”

 

Mythicisme

Het boek is een verkoopsucces, maar levert ook veel kritiek op. Dat heeft hem verbaasd. “Als ik een boek over Augustus schrijf, hoor ik niemand. Maar nu gaan mensen echt los op weblogs en op sociale media. Jezus roept blijkbaar veel controversie op. Vooral aanhangers van het Jezus-mythicisme, degenen die beweren dat Jezus niet heeft bestaan, zijn daarin het felst. Zij vinden mij nu een gelovige. Mijn dochter houdt voor me bij wat er verschijnt op Facebook en Twitter, maar ik reageer er niet op. Dan is het einde zoek. Ik heb het boek bovendien naar eer en geweten geschreven.”

Gelooft u dat Jezus heeft bestaan?

“Ik geloof dat Jezus heeft bestaan en dat hij onder het bewind van Pilatus de kruisdood is gestorven. Ik ben nog niet zo ver dat ik in de opstanding geloof. Maar ik heb er nooit denigrerend over gedaan. Van schrijver Maarten ’t Hart kreeg ik het verwijt dat ik de evangeliën te veel volg. Als ik de evangeliën op sommige punten volg als historische bron is dat voor hem onbegrijpelijk, want hij doet de hele Bijbel af als fantasie. Zo heeft iedereen zijn eigen Jezus.”

En wie is uw Jezus?

“Mijn Jezus – dat klinkt wel christelijk, hè – is een man die een fantastische boodschap had. Ik kan met de beste wil van de wereld geen kwaad zien in de Bergrede of in de stukken waarin hij vertelt over het rijk van zijn Vader. Zijn boodschap is een hele mooie in de wereld van de oudheid, met de enorme tegenstellingen tussen rijk en arm, Joden en Romeinen, en Joden en Grieken.”

U maakt veel gebruik van het argument van de vergelijking. De maagdelijke geboorte is bijvoorbeeld ook bekend uit heidense literatuur. En de twaalfjarige Jezus in de tempel heeft z’n pendant in Josephus’ beschrijving van zijn eigen leven. Maar wat verklaart zo’n vergelijking eigenlijk?

“Het eerste evangelie verschijnt zo’n veertig jaar na de kruisdood van Jezus. Het aantal gelovigen is dan misschien wel gestegen tot enkele duizendtallen. In Rome was al tien jaar na de dood van Jezus een grote gemeenschap van christenen. De evangelisten moeten dan hun held gaan beschrijven. Ze gebruiken allerlei verhalen die ze kennen, en verwerken die in hun evangelie.”

Wat voor godsbeeld zit daarachter voor u? Hoe bovennatuurlijk moet God werken om werkelijk God te kunnen zijn?

“Tot nu toe ben ik nog niet zo ver om de grens tussen geloof en wetenschap te kunnen overschrijden. Ik kan geen wonderen beschrijven als historische gebeurtenissen. Dat is voor mij een brug te ver.”

Gelooft u in wonderen?

“Zeg eens eerlijk, u wel?”

Er worden, om maar wat te noemen, nog steeds mensen op wonderlijke wijze genezen…

“Mijn moeder ging naar Lourdes, een Frans bedevaartsoord, vanwege de wonderen die er verricht zouden zijn. En een van mijn broers was huisarts en had ALS. Een vreselijke spierziekte. Als laatste strohalm toog hij naar gebedsgenezer Jan Zijlstra in Leiderdorp. Ik begrijp dat mensen in nood zich aan alles vastklampen als de reguliere geneeskunst niets meer kan doen. Ik vraag me echter af of die mensen echt genezen zijn of dat het gaat om een placebo-effect vanwege inbeelding. Zo hebben de discipelen zich ook ingebeeld dat ze Jezus in leven hebben gezien, drie dagen na zijn dood. De Bijbel gebruikt daarom ook het woord ‘verschijnen’. Jezus ‘verscheen’ aan hen. Die inbeelding vind ik trouwens wel de moeite waard. Toen ik een reis leidde in Italië, sprak ik een groepsreiziger die oogarts was. Hij kon een wonder van Jezus waarin hij een blinde genas medisch verklaren. Voor mij is dat te plat. Dan ben je nog verder weg van huis.”

Niet alles is dus rationeel te verklaren.

“Onlangs was ik in Jeruzalem, om voor een uitzending van KRO-NCRV Brandpunt van 19 december de plaatsen te bezoeken waar Jezus heeft gelopen. Bij het paleis van Pilatus, waar het volk Jezus of Barabbas moest scanderen, voelde ik een zekere ontroering. Die rechtszaak luidde het einde in van het aardse leven van Jezus. Voor mij komt dan de moeilijkheid om kruis en opstanding te duiden. Miljarden mensen geloven daarin. Waarom ik niet? Kruis en opstanding kan ik niet schouderophalend afdoen als historisch onbetrouwbaar. Ik ben er nog niet uit.”

Straks is het kerst. Kijkt u dan anders tegen Jezus aan?

“Tijdens kerst komen we als familie bij elkaar. Natuurlijk zal ook het kerstverhaal uit Lucas ter sprake komen en wellicht ook hoe dat verschilt met de weergave van Johannes. Het boek heeft me teruggeworpen op m’n wortels. Daarom heb ik veel aan het onderzoek gehad. Ik zou het mooi vinden als mijn boek ook bij anderen leidt tot belangstelling voor Jezus.”

 


Josephus over Jezus

Flavius Josephus heeft in zijn oeuvre slechts één passage opgenomen over Jezus. Dat Testimonium Flavianum is te vinden in De oude geschiedenis van de Joden. Historici en theologen twijfelen of Josephus de tekst zelf heeft geschreven. Meijer: “Mijn collega Henk Jan de Jonge, emeritus hoogleraar Nieuwe Testament en vroegchristelijke letterkunde in Leiden, vindt de tekst authentiek. Anderen zijn van mening dat deze tekst is ingevoegd om Josephus in het christelijke kamp te trekken.” Het Testimonium Flavianum luidt:

Buste van Flavius Josephus. Bron Wikimedia

Buste van Flavius Josephus. Bron Wikimedia

 

“In die tijd leefde Jezus, een wijs man voor zover het geoorloofd is hem een man te noemen. Hij verrichtte namelijk daden die onmogelijk geacht werden, en hij was leermeester van mensen die met vreugde de waarheid tot zich namen. En veel Joden alsook velen van de Grieken bracht hij tot zich. Hij was de Christus. Ook nadat Pilatus hem op aanwijzing van de eerste mannen bij ons de straf van het kruis had opgelegd, gaven zij die het eerst in liefde waren gaan leven niet op. Hij was namelijk aan hen verschenen op de derde dag, opnieuw levend. De goddelijke profeten hadden die dingen en ontelbare andere wonderbaarlijke dingen over hem gezegd. Tot op de dag van vandaag is de naar hem genoemde groep van de Christenen niet verdwenen.”

“Zelf houd ik het midden tussen de twee kampen”, zegt Meijer. “Ik geloof dat de Joodse Josephus nooit uit zijn strot zou kunnen krijgen dat Jezus de Christus is. Als je de specifiek christelijke zinnen uit de tekst filtert, wint die aan geloofwaardigheid.” Dan ontstaat er een platte, horizontale tekst:

“In die tijd leefde Jezus, een wijs man. Hij verrichtte namelijk daden die onmogelijk geacht werden, en hij was leermeester van mensen die met vreugde de waarheid tot zich namen. En veel Joden alsook velen van de Grieken bracht hij tot zich. Ook nadat Pilatus hem op aanwijzing van de eerste mannen bij ons de straf van het kruis had opgelegd, gaven zij die het eerst in liefde waren gaan leven niet op. Tot op de dag van vandaag is de naar hem genoemde groep van de Christenen niet verdwenen.”

 


 

Was Josephus een christen?

Niet voor niets heeft Fik Meijer zijn boek Jezus en de vijfde evangelist genoemd. De vijfde evangelist, dat is Josephus. Was hij ook een verkondiger van de blijde boodschap van het christelijk geloof? Volgens Meijer absoluut niet. Josephus is op het schild geheven door protestanten, stelt hij in zijn boek. Ze beschouwden hem als een vijfde evangelist, hoewel deze benaming afkomstig is van een jezuïet, uit de kringen van de contrareformatie dus. Meijer: “Er wordt wel beweerd dat in elk huis van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vooral drie boeken werden gelezen of voorgelezen: de Bijbel, de verzamelde werken van Jacob Cats en de geschriften van Flavius Josephus.”
Josephus’ populariteit onder christenen is volgens Meijer te danken aan zijn kritische houding jegens zijn eigen volk. Volgens hem leed het Joodse volk onder de Romeinse bezetting en werd de tempel in het jaar 70 verwoest omdat de Joden niet wandelden in de wetten die God hen bevolen had. “Dat was een goed joodse opvatting. Het jodendom is immers een geloof waarin de naleving van de halacha, de joodse religieuze wet, bepaalt of je toegang krijgt tot God. Christenen hebben Josephus’ kritiek op de Joden anders geïnterpreteerd. De Jodenvervolging was volgens hen te wijten aan het toejuichen van de kruisdood van Jezus.”
Deze opvatting is nog steeds sterk aanwezig, zegt Meijer. “Denk maar aan Luther, die verschrikkelijke dingen heeft gezegd over de Joden in zijn boek Von den Jüden und ihren Lügen. Ik heb het boek niet zo lang geleden gelezen en ik schrok er echt van. Reken maar dat dit antisemitisme onder christenen ook weer ter sprake komt in het herdenkingsjaar van 500 jaar Reformatie in 2017. Nu al vragen Joodse gemeenschappen om excuus van christelijke zijde. Ik vraag me af of je voor alle misstanden in de geschiedenis spijt moet betuigen, maar het tekent wel de actualiteit van het probleem.
Hoe dan ook, het kerstenen van Josephus doet de Joodse geschiedschrijver geen recht. “Hij was een Jood en bleef dat ook toen hij overliep naar het kamp van de Romeinen. Hij had bovendien een bewonderenswaardige historische blik doordat hij allerlei groepen in zijn tijd beschreef zonder zijn eigen mening er duimendik boven op te leggen.”

 


 

Personalia:

Fik Meijer (1942) studeerde klassieke talen en oude geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Hij promoveerde in 1973. In 1992 werd hij bijzonder hoogleraar zeegeschiedenis van de klassieke oudheid en in 1999 hoogleraar oude geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2007 is hij met emeritaat. De laatste vijftien jaar schreef Meijer voor een breed publiek veel boeken over de oudheid. Zo publiceerde hij over gladiatoren (2003), de apostel Paulus (2000 en 2012), over het Romeinse Rijk (2005) en over de opkomst en ondergang van de twee wereldsteden Constantinopel en Rome (2013). Meijer is getrouwd, heeft twee kinderen en woont in Oegstgeest.

Share on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Email this to someonePrint this page

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *