Holocaust-overlevende Betty Bausch: mijn man bad mee om vergeving voor Duits vuurpeloton

Door in Geschiedenis, Journalistiek op 5 mei 2015

Betty Bausch (96) vertelt haar levensverhaal aan Duitse schoolkinderen, die lachen niet als ze over kamp Sobibor vertelt, waar haar ouders omgebracht werden. Nederlandse schoolkinderen deden dat wel.

Betty Bausch. Bron Christenen voor Israel

Betty Bausch. Bron Christenen voor Israel

Betty Bausch verloor als Joodse Nederlander haar man en ouders in de Tweede Wereldoorlog. Met haar levensverhaal wil ze herhaling van racisme en moord voorkomen.

Betty Bausch (96) keek als kind uit op de Hollandse Schouwburg in Amsterdam. In de Tweede Wereldoorlog werden daar Joden bijeen gedreven om op transport gezet te worden. ‘Het gebouw is een monument geworden. Ik zet me er voor in dat Duitse schoolkinderen gratis naar binnen mogen. Ze moeten weten wat er is gebeurd.’

In 1944 werd u en uw man Philip opgepakt. U kwam vrij. Wat gebeurde er met Philip?
‘Hij werd in 1944 in Veenendaal gefusilleerd met vijf anderen. De lichamen lagen nog 24 uur in de regen om de bevolking af te schrikken. Onder de gefusilleerden was ook dominee Ader. Hij bad voor het vuurpeloton het Onze Vader met de vijf. Daar ben ik heel blij om.’ Ze slikt en stopt even. ‘Dat kun je je niet voorstellen. Hij bad: ‘‘Vergeef ons onze schulden.’’ En dan voor die Duitsers die een moord gingen uitvoeren: ‘‘… gelijk wij vergeven onze schuldenaren’’.’

Hoe moest u verder na de oorlog?
‘Gelukkig kreeg ik snel een baan. Ik heb nog mijn kleren teruggevraagd bij een onderduikadres, maar die vrouw gaf niet thuis. Ze had duidelijk mijn jurk aan en drie hingen er aan de waslijn, maar ze deed alsof die van haar waren. Ik wilde bovendien nooit meer trouwen. Pas na zeventien jaar trouwde ik opnieuw met de niet-Joodse Dolf Bausch. Ik hoefde van hem niet mijn verleden weg te stoppen en mocht erover praten. Hij is op 69-jarige leeftijd overleden aan een nierziekte en door trauma’s die hij opliep in kamp Amersfoort.’

Haatte u Nederlanders en Duitsers die uw familie hebben gemarteld, op transport gezet en gedood?
‘Ik heb familieleden bij wie ik niet over Duitsland kan praten. Maar ik moest dat wel door mijn werk. Na de oorlog ging ik namens het ministerie naar de Verenigde Staten om te praten over de Marshallhulp voor wederopbouw van Europa. Daar werden Duitsers genegeerd. Toen eisten Amerikanen gezamenlijk overleg. Dat heeft mij de ogen geopend. Geen land heeft zich na de oorlog zo fel gekeerd tegen antisemitisme en massahaat als Duitsland. Ik heb daar goede vrienden gekregen en spreek jaarlijks voor Duitse schoolklassen.’

Op 9 mei verschijnt Het kruis op de berg, een boek over de oorlogsjaren van onder anderen Betty en Philip Bausch, geschreven door Constant van den Heuvel, historicus en docent geschiedenis aan het Ichthus College in Veenendaal.

Dit interview verscheen onlangs in het Nederlands Dagblad. Lees het hele interview op de website van de krant.

Share on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Email this to someonePrint this page

Comments are closed.