Schilderen op de preekstoel

Door in Geschiedenis op 13 maart 2019

Het Woord op begrijpelijke wijze aan de gemeente uitleggen: dat kan soms best een opgave zijn. Zeker als het om een moeilijke Bijbeltekst gaat. Sommige predikanten lijkt het wat makkelijker af te gaan. Van een van hen werd weleens gezegd: „Hij is weer eens aan het schilderen.” Dat was ds. G. van Reenen.

Ds. G. van Reenen. Bron RD.nl via Uitg. Den Hertog

Ds. Van Reenen, predikant van de Gereformeerde Gemeenten, leefde van 1864 tot 1935. Hij was glasschilder van beroep, voordat hij tot het predikambt werd geroepen. Hij had een bloeiend bedrijf met twaalf werknemers, maar kon zijn vak niet meer rijmen met het geloof. Terwijl hij eens een heiligenbeeld uit een rooms-katholieke kerk aan het opknappen was, kreeg hij een tekst uit Psalm 135 in zijn hart: „Dat die ze maken hun gelijk worden.” Toen stopte hij abrupt.

Toch bleef ds. Van Reenen schilderen, maar dan op de preekstoel met woorden. Een enkele keer bracht hij zijn oude vak ter sprake. In een uitleg van Hooglied 2 lijkt het wel alsof hij zich met enige zelfspot verweerde tegen de veelgehoorde opvatting dat hij weer eens schilderde. „Nu waren er vroeger in de oostersche huizen, wel openingen, die van schuinloopende traliën waren voorzien; zoo dat degenen die er door loerden heel het binnenvertrek konden doorzien, terwijl van hem of haar toch niet veel te zien was. Die goede moeder, loerde dan ook wel door die spleten, om op het gedrag van haar kinderen te letten. Maar nu gebeurde het wel dat de snuggerste daar erg in kreeg. Dan was het: „Moeder staat achter de muur”, „ziet, zij kijkt door het venster!” „Kijkt, zij blinkt door de traliën!” Kees: Ik zou haast zeggen dat je vroeger kunstschilder bent geweest. Bart: Waarom? Kees: Zo’n mooi tafereeltje als jij daar schildert. Bart: Je bedoelt Salomo, of eigenlijk den H. Geest want Hij is het Die ons deze penteekening, door Salomo, schenkt, tot een leerbeeld, om ons te doen zien en weten, hoe het er ook in het rijk der genade aan toe gaat.”

Ook met dit fictieve gesprek tussen Bart en Kees schilderde ds. Van Reenen. Het gesprek verscheen een paar jaar lang als feuilleton in De Saambinder. De vorm van het fictieve gesprek was niet uitzonderlijk. Wel vaker werd in die tijd een samenspraak gepubliceerd over allerhande onderwerpen. Nu zou zo’n genre niet snel meer in een kerkelijke periodiek staan.

De Bijbeluitleg in ”Bart en Kees” ging sommigen te ver. Ds. Van Reenen was gewend te veel te vergeestelijken. Voor ds. K. Schilder, voorman van de vrijgemaakten, was dat een tale Kanaäns. En zo’n taal was in strijd met Pinksteren, schreef hij in De Reformatie: „In vollen ernst bedoel ik het toch als ik klaag, dat in deze kringen de tale Kanaäns den vreemde niet zoekt.”

Hoe dan ook: om te schilderen had de predikant meer nodig dan alleen Woord en Geest, schrijft de koster van Gouda, waar ds. Van Reenen stond. „Ik heb dominee Van Reenen altijd melk op de preekstoel gegeven (altijd warme melk). ’s Woensdags en ’s zondags 2x een beker.”

Dit is een aflevering uit de kerkhistorische rubriek ‘Kerkhistorie met een knipoog’ van het Reformatorisch Dagblad (link). Deze column verscheen in juli 2018.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *