Waarmee zou een predikant op de foto willen?

Door in Geschiedenis op 20 februari 2019

Welk bezit heeft voor een predikant status? De pastorie, vaak een kast van een huis, zal het niet zijn. Hij heeft die immers niet zelf gekocht. Het lijkt bovendien net alsof hij te veel gehecht is aan hout en steen in plaats van aan de dingen die de eeuwigheid aangaan.

Boekenkast. Bron Wikimedia Commons

Maakt de auto dan indruk? Die is vaak fors bemeten. Maar ja, imponeren met je heilige koe voor de deur? Dat gaat te ver. Zoals van ds. C. L. Onderdelinden in 2005 werd opgetekend: „Het ambt bedwingt mijn rechtervoet.”

Het kerkgebouw dan? Dat is wel een veilige keuze. Het is een godshuis, dus groot en imposant zijn dan geoorloofd. Een mooie schaapskooi voor de kudde straalt af op de herder.

Kortom: waarmee zou een predikant op de foto willen gaan? Vorige maand kwam een discussie op Twitter voorbij: waarom plaatst het RD zo vaak foto’s van predikanten geportretteerd voor hun boekenkast?

Even een duik in de geschiedenis. De eerste foto’s van protestantse pastores –eind negentiende eeuw– werden gemaakt in een fotostudio. De geportretteerde staarde glazig in de camera tegen een lichte, zo egaal mogelijke achtergrond. Boekenkasten waren er in geen velden of wegen te bekennen. Soms hadden dominees wel een Bijbel in de hand, een beeldelement dat was overgenomen van gravures, de voorloper van de foto.

Eigenlijk verandert er weinig tot de Tweede Wereldoorlog. Daarna worden foto’s beter en goedkoper. Langzaam komt de kerkelijke actiefoto. Predikanten, vaak van wat vrijzinniger origine, zie je publiek toespreken in de Jaarbeurs- of Ahoyhallen of druk pratend met plaatselijke kopstukken, zo laten allerlei regionale beeldbanken zien.

Zeldzaam is de boekenkastfoto, tot die opeens furore maakt in het RD vanaf eind jaren 80. Zou het te doen zijn om etaleren van kennis of geloof? Boeken hebben, net als het Boek der boeken, vanouds een belangrijke rol gespeeld in de gereformeerde gezindte. Die bestond vroeger uit kleine luiden, maar hoe klein hun boekenplankje ook was, er stond wel vaak Van der Groe of Groenewegen op. „Als God een mens bekeert, wordt hij boekenziek”, werd vroeger weleens gezegd.

Of zou het een teken van emancipatie zijn dat theologen zich steeds vaker een forse boekenkast konden veroorloven? De hoeveelheid boeken laat zien dat de financiën zijn toegenomen en dat het met het opleidingsniveau ook wel goed zit. Hoe dan ook, „de meeste dominees zijn bezeten van een soort verzamelwoede”, schreef ds. W. van Gorsel in 2006.

Toch is de saaie dominee-met-boekenkastfoto de laatste jaren afgenomen, blijkt uit een speurtochtje in Digibron. De boekenkast, een onrustige en weinig diepte gevende achtergrond, wordt vermeden. Waarom die piek in de jaren tachtig en negentig? Wellicht heeft één fotograaf van het RD onbewust hetzelfde soort foto’s gemaakt. Destijds werd niet gedaan aan bronvermelding, dus dat is lastig te achterhalen.

Vandaag de dag roepen die boekenkasten vooral bij jonge mensen vervreemding op. En stralen boeken wel wijsheid uit, meldde Van Gorsel al, want „je beseft dat je toch niet meer al wat je hebt ook kunt lezen.”

Dit is een aflevering uit de kerkhistorische rubriek ‘Kerkhistorie met een knipoog’ van het Reformatorisch Dagblad (link). Deze column verscheen in mei 2018.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *