Digibron ontsluit ruim 200 bekerings-geschiedenissen

Door in Journalistiek op 23 december 2013
Bron RD

Bron RD

„Toen ik een geweerschot in mijn arm ontving dacht ik bij mijzelven; dat is dicht bij mijn hart, was het in mijn hart geweest, dan lag ik nu al in de hel; bekeering was toen het eene nodige voor mij.” Zo blikt Ebe Rinders Kooistra in 1860 terug op zijn leven.

Kooistra zet zijn levensverhaal op papier en geeft het de titel mee: ”Gods voorzienigheid, blijkbaar in de wonderlijke leiding, bekeering en bewaring van Ebe Rinders Kooistra, voorheen werkzaam bij ’s Rijks Marine te Vlissingen. Bevattende: een kort verhaal van zijn lotgevallen in Nederland, Frankrijk, Italië en Afrika, met een voorwoord van W. H. Gispen, Voorheen Gereformeerd Leeraar te Vlissingen en te Amsterdam”.

Bij Digibron komen vrijdag ruim 200 bekeringsgeschiedenissen online. Dat is een kleine deelcollectie uit de duizenden brochures tellende verzameling van Cor W. Stigter uit Gouda. Erdee Media Groep ontsluit de publicaties voor groter publiek door ze in digitale vorm op internet te zetten.

Wie enigszins thuis is in de bekeringsgeschiedenissen van bevindelijk gereformeerden, zal wel een lichtje opgaan bij de namen van Grietje Hendriks, Jan Geense, Jannetje van Dijkhuizen, Petrus van Veen en Grietje van Dijk. Maar wie kent J. Frantzen, een rooms-katholieke priester die rond 1900 overging naar het protestantisme? Of de hervormde ouderling Cornelis Terlouw uit Ameide, die in 1908 overleed?

Of het relaas van Bebje Rijneveld? Ze stierf in 1941, ruim twee jaar oud. God had in haar gewerkt, berichtte haar vader aan ds. M. Blok, predikant van de Gereformeerde Gemeenten. Ds. Blok leidde de begrafenisdienst.

„Ik vertelde hem, dat de Heere haar met haar zware schuld op mijn ziel gebonden had een uur lang, hetwelk ik hiervoor reeds geschreven heb en dat de Heere haar van mij overgenomen had.”

Erdee Media Groep wil met de collectie de achterban maar ook onderzoekers van dienst zijn. Projectleider Jan Reijnoudt:

„Met deze collectie zien we ons voorgeslacht in het hart. We blikken ook in hun dagelijks leven: we zien mensen met God worstelen waarom ziekten hen overkomen of over de vraag of ze ingeënt moeten worden. Anderen vragen zich af waarom ze ontslagen zijn. En weer anderen vertellen bijzondere dingen over hun leven, zoals die marinier Ebe Rinders Kooistra, die ontsnapt aan een huwelijk met de dochter van een sultan.”

De meeste bekeringsgeschiedenissen in de collectie van Stigter zijn afkomstig uit de periode 1850-1950. In het tweede kwart van de negentiende eeuw bleek er steeds meer vraag te komen naar „leesbare brieven van Christus” naast wat de Bijbel over het leven met God aanreikt.

Deze deelcollectie van Stigter –„Ik heb ze slechts gered van de papierbak”– bestaat uit 225 stuks, daaronder ook meer drukken van dezelfde titels. Mannen en vrouwen schreven hun geloofservaringen op of lieten die opschrijven. Opvallend is het aantal levensbeschrijvingen van jonggestorvenen: kinderen van een paar jaar oud, pubers of twintigers. Er bleek altijd veel uit te gaan van de geestelijke gesteldheid op het sterfbed. Maar als jonge mensen getuigenis konden geven van het leven met God en ‘ruim’ konden sterven, maakte dat een onuitwisbare indruk.

Bevindelijk gereformeerden bleken goed thuis in oudtestamentische boeken als Jesaja en Jeremia. Veel mensen putten troost uit de Psalmen. Psalm 97:7 berijmd was voor velen een verhoring van het gebed na aanvechtingen:

„Gods vriend’lijk aangezicht, heeft vrolijkheid en licht, voor all’ oprechte harten, ten troost verspreid in smarten.”

Anderen raakten zo onder de indruk van wat God hun gedaan had, dat ze zelf aan het dichten gingen om de taal van het hart te vertolken. Zo publiceerde Cornelis Vogel in 1829 het levensverhaal van buurman Gijsbert Gertz Otten uit Oud-Loosdrecht „op Rijm gebragt des nachts als ik waakte.” Toen hij op zijn sterfbed lag, werden de twijfels van Otten over zijn toekomst na de dood steeds minder.

„Hij zag toen ook veel zoetigheden 
Dat die door Jezus in mogt treden, 
Die daar wat ondervinden zou, 
Hij zou het nu op Jezus wagen, 
Hier kon hem toch niet meer behagen, 
Sprak: Lieve Jezus! Kom maar gou.”

Dit artikel verscheen in december 2013 in het Reformatorisch Dagblad.

Share on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Email this to someonePrint this page

Comments are closed.