„Harderwijkse kerk nodigt uit te leven binnen belijdenis”

Door in Journalistiek op 29 december 2013
De Grote Kerk van Harderwijk. Bron Wikimedia

De Grote Kerk van Harderwijk. Bron Wikimedia

Op de pilaren van de Grote Kerk in Harderwijk staan gedeelten uit de Bijbel en de belijdenissen. Ze inspireerden oud-legerpredikant dr. J. van Eck bij het schrijven van het boek ”Van alzo hoge”.

Tussen de beschilderde pilaren van de Grote Kerk staan de kerkbanken. Dr. Van Eck vergelijkt het met geloof. „Niet voor niets kan men zeggen ”in” het geloof en ”in” Christus te zijn. Christus omgeeft ons aan alle kanten, en de Geest waarin wij geloven, is wereldwijd om ons heen. Het is deze ruimte die de Harderwijkers zichtbaar wilden maken toen zij hun kerk lieten beschilderen. Het geloof als een huis waarin men rond kan wandelen.”

De ondertitel van het boek is het raamwerk ervan: ”Over ruimte en beweging in God”. Met de titel ”Van alzo hoge” verwijst de predikant, lid van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk, naar het kerstlied ”Nu zijt wellekome”. Daarin staat hoe God in Christus op aarde kwam om zondaren te redden. De zinsnede drukt volgens hem beweging bij en bewogenheid van God uit.

Wie de emeritus legerpredikant kent, leest thema’s uit eerder werk terug, zoals uit zijn boek ”En toch beweegt Hij” uit 1997. Voor zijn nieuwe publicatie heeft dr. Van Eck tachtig bladzijden nodig. Hetzelfde aantal pagina’s gebruikt hij voor een uitgebreid notenapparaat met „weetjes, citaten en overwegingen.”

Voor dr. Van Eck is de belijdenis geen dogmatiek teruggebracht op massieve formules. Hij gaat met de eeuwenoude geschriften in gesprek. Hij legt de woorden uit en behandelt zo grote thema’s als de Drie-eenheid en de menswording van Christus. Opnieuw neemt hij de kerkpilaren met daarop belijdenisteksten als beeld, nu om te blijven leven binnen de belijdenis. „Daarmee maakt de belijdenis de Bijbel niet overbodig. De Bijbel is Gods Woord. De belijdenis schept de ruimte waarin de Bijbel als Gods Woord tot klinken kan komen. (…) Buiten die ruimte horen we enkel woorden. Binnen die ruimte horen we Gods stem.”

De pilaren dragen ook afbeeldingen van personen zoals Maria en de apostelen. Voor dr. Van Eck is het niet te overdadig. „Eind zestiende eeuw werden de nog niet heel oude schilderingen ondergekalkt omdat men vond dat afbeeldingen in de kerk het horen van het Woord –Gods spreken– in de weg stonden. Misschien nodig in de kerkelijke situatie van toen. Toen de schilderingen in de vorige eeuw weer werden blootgelegd, was de aanstoot die erin lag verdwenen. Wie weet, helpen de schilderingen ons nu bij het Bijbellezen.”

Al mediterend komt dr. Van Eck aan bij de kerkpilaar met daarop het kerstgedeelte uit de Apostolische Geloofsbelijdenis: „Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria.” Het Kind Jezus heeft in zwakheid de wereldse zoektocht naar macht gebroken, stelt de predikant. „Het houdt nooit op met het machtsvertoon in de mannelijke wereld. God gaat –aan de rand van die wereld– Zijn eigen, stille gang. Hij omarmt de wereld in zwakheid – een zwakheid waarop het kwade wel moet stuklopen.”

Dan krijgen Jezus’ geboorte, lijden en sterven ook persoonlijk waarde. „Napeinzend denk ik aan de verlegenheid die Christus’ lijden ook bij christenen wel teweegbrengt. Het is God, die in Christus Zijn arm naar ons uitstrekt. Als men dat uit het oog verliest, wordt de lijdensgeschiedenis een zielig verhaal. Dan zien we een slachtoffer van menselijk onrecht voor ons, of van een godheid die zijn woede koelt op een weerloze onschuldige. De Bijbel toont ons een gesprek op leven en dood in God met het behoud van de mens als inzet.”

Dit artikel verscheen in december 2013 in het Reformatorisch Dagblad.

Share on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Email this to someonePrint this page

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *