Ommer stichting redt huis uit Afscheiding

Door in Journalistiek op 18 maart 2009

„In de Gereformeerde Kerk binnen de Protestantse Kerk in Nederland staat hij als eerste predikant van gereformeerd Ommen op de lijst met predikanten van onze gemeente. Ook in andere kerken prijkt zijn foto aan de muur.” Jan Heijink wil met andere leden van Stichting Van Raaltehuis het huis van de predikant uit de Afscheiding redden van de sloop.

Het huis waar ds. A. C. van Raalte (1811-1876) woonde, is omgeven door nieuwbouw. Enkele objecten herinneren nog aan vroeger. Tegenover de voormalige predikantswoning aan de dr. A. C. van Raaltestraat staat de gewezen ds. A. C. van Raalteschool voor basisonderwijs. Daarnaast herinnert een inmiddels opgeheven touwslagerij aan de periode dat de predikant voorging. Even verderop staat een reusachtige Van Raalteboom, die volgens de legende door de predikant zelf geplant zou zijn.De stichting, die in juni 2008 werd opgericht, besloot in overleg met de plaatselijke gemeente om pas deze maand naar buiten te treden. Officieel wordt volgende week donderdag de stichting aan het publiek gepresenteerd. De gemeente verwachtte anders een prijsopdrijvend effect voor de aankoop van het pand.

Door vier mensen is Stichting Van Raaltehuis opgericht. De leden zijn afkomstig uit diverse denominaties. Wat hen bindt is het behoud van het Ommer culturele erfgoed. „De woning is een van de weinige objecten uit de Ommer geschiedenis die nog bewaard zijn”, aldus Gerrit te Rietstap van de stichting.

Het doel van de oprichting is het bewaren, restaureren en het zoeken van een herbestemming van de woning. Tot slot wil de stichting het gedachtegoed van ds. Van Raalte verspreiden.

Het behoud van de 19e-eeuwse woning is nog niet zeker, want de sloopvergunning is nog niet ingetrokken. Wel heeft in mei 2007 de overgrote meerderheid van de gemeenteraad een motie aangenomen om te zoeken naar behoud van het pand. De inmiddels door de gemeente gesubsidieerde stichting krijgt wel alle lof toegezwaaid van inwoners van Ommen. Te Rietstap: „Pas had ik nog iemand aan de lijn die blij was dat er nu eindelijk wat gaat gebeuren.”

De restauratie van het pand wordt een pittige klus. Het huis, in z’n glorietijd bewoond door twee gezinnen, is al enkele jaren onbewoond. Binnen ruikt het vochtig en muf. Afgebladderde verf en andere rommel liggen op het betonnen vloertje van de keuken. Het berookte behang van de voorkamer laat nog duidelijk de afdruk van het formaat van de staartklok zien. En het dak is lek. Hier en daar ontbreekt een dakpan. Bovendien liggen de panlatten zonder isolatiemateriaal op de dakspanten. „Dat was vroeger gewoon”, aldus Te Rietstap.

De stichting waagt zich niet aan een begroting. Heijink: „Laten we eerst maar afwachten hoeveel er binnenkomt.” Op de website staan de mogelijkheden voor donatie.

Over de herbestemming wordt nog nagedacht door het bestuur. „We willen er een museum met een documentatiecentrum van maken”, aldus Te Rietstap. „Maar we moeten wel beseffen dat dat iets duurder is dan het ombouwen tot woonhuis”, antwoordt Heijink.

In samenwerking met onder andere Hope College in de door ds. Van Raalte gestichte kolonie Holland in Michigan (Amerika) gaat de stichting het gedachtegoed van Van Raalte verspreiden. Te Rietstap: „We denken aan een lesbrief voor de basisschool. Er moeten veel brieven zijn van Nederlanders die de zeereis beschreven hebben of hun eerste ervaringen op het vasteland.”

Pottenbakkerij

Ds. Van Raalte was van 1839 tot 1844 predikant van Ommen. Het was zijn tweede gemeente. Naast het predikantswerk leidde ds. Van Raalte aan huis predikanten op. Een van zijn leerlingen was de bekeerde Jood Salmon Mozes Flesch.

In 1844 verhuisde ds. Van Raalte naar Arnhem om in 1846 de oversteek te maken naar Amerika. Het was namelijk armoe troef in Ommen. Een hardnekkige aardappelziekte bracht veel inwoners, die leefden van de verbouw van rogge en aardappels, tot de bedelstaf. Te Rietstap: „Ds. Van Raalte was niet alleen predikant, hij zorgde ook voor werkgelegenheid in Ommen door een pottenbakkerij op te richten.”

Voor de emigratie speelden ook theologische motieven mee. De Nederlandse overheid onderdrukte de afgescheiden gemeenten door een napoleontische wet strikt na te leven: een samenscholing van meer dan twintig man moest uiteengejaagd worden. Om naleving af te dwingen werden soldaten bij afgescheiden gemeenteleden ingekwartierd. Het overzeese land riep in Réveilkringen ook bezwaren op. De revolutie en de daaruit voortgekomen volkssoevereiniteit was sommigen een doorn in het oog. Anderen vonden de oversteek een eigenmachtig optreden en wilden liever buigen onder de repressie van de overheid en wachten op het herstel van de Nederlandse Hervormde Kerk.

In Amerika richtte ds. Van Raalte de kolonie Holland op. Die kende in navolging van Calvijn een theocratisch karakter, aldus historicus H. Algra. Ds. Van Raalte was in Amerika niet alleen predikant, maar ook rechter, magistraat, bankier en zakenman. De kolonie kende veel moeilijkheden. Veel kolonisten overleden door ziekten als malaria. Een brand veranderde een deel van de stad in puin.

Ds. Van Raalte overleed in 1876 op 65-jarige leeftijd.


Dossier:

Dit artikel verscheen in maart 2009 in het Reformatorisch Dagblad.

Share on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Email this to someonePrint this page

Comments are closed.