‘Hoor nu mijn stem’ van Treur is een ontworstelroman in drie lagen

Door in Literatuur op 2 februari 2018

Franca Treur publiceerde in het najaar van 2017 het boek ‘Hoor nu mijn stem’. Bron ardjanlogmans.nl

“Het kwam regelmatig voor dat Gina geraakt werd door een preek of door een lied, maar er was nooit een ‘bevindelijke bekering’ op gevolgd, een mystieke verlossingservaring, waarbij ze eerst flessen vol tranen had vergoten over haar zonden. […] Meestal stond ze er daarna weer een tijdje heel cynisch tegenover.”1

Deze aflevering is onderdeel van de serie Religie in de Nederlandse literatuur.

Treur is met haar nieuwe boek een andere weg ingeslagen. Dorsvloer vol confetti (2009), een boek dat ook gaat over de reformatorische wereld waaruit Treur zelf afkomstig is, is vooral een roman over volwassenwording. Hoor nu mijn stem daarentegen gaat veel dieper in op het afscheid van een christelijke subcultuur en de zoektocht naar een leven zonder geloof.

Een constante is de heldere toets waarmee Treur de bevindelijk gereformeerden portretteert. De ‘onflatteuze’ kleding, het plastic tafelzeil over de eettafel, de bruin verniste kozijnen, de droogmolen op het gazon, de tegeltjes van Marjolein Bastin in de badkamer, de vakantie naar de Alpen voor de wat rijkere reformatorische gezinnen, het verlangen naar Canada en Amerika als de landen van melk en honing: Treur legt met deze details trefzeker de reformatorische wereld van de jaren negentig vast. Haar rol als chroniqueur van de gereformeerde gezindte strekt zich ook uit tot het beschrijven van de taal van die tijd. Preekfragmenten zijn opgenomen evenals discussies op catechisatie over wat bekering inhoudt. Maar de eigenheid van de zuil zit ‘m ook in kleine dingen. Als Tante Ma, die hoofdpersoon (G)ina heeft grootgebracht, eens het huis goed gepoetst heeft, zegt ze: ‘De koningin kan hier op bezoek komen.’ Dit alles tekent de gereformeerden in hun burgerlijkheid en kleinheid.

Daartegenover staat Ina, die later als Gina door het leven gaat. De gevierde radiopresentatrice, die het geloof verloren heeft, blikt in lange flashbacks terug op haar verleden. In de trein naar haar tante, die ziek is, blijkt dat ze haar opgebouwde leven na haar geloof kwijt aan het raken is. Haar relatie is over en haar baan wordt ingepikt. Op het Zeeuwse eiland van haar jeugd bij Tante Sjaan en Tante Ma moet ze zich weer verhouden tot het geloof.

Zal ze de God van vroeger weer horen? Hoor nu mijn stem: dat is de stem van God en de geloofsgemeenschap uit haar jeugd. Het is een stem waarin de genade maar dunnetjes vloeit en kritische vragen genadeloos worden neergesabeld. Het is vervolgens haar eigen stem als presentatrice op haar werk en haar stem als ze terugkeert naar het geloof in Zeeland. Die stem van Gina vraagt om erkenning. Erkenning van haar geloofstwijfels, erkenning dat ze meer is dan het ophouden van de schijn door een panty en een rok aan te trekken.

In deze ontworstelroman is het de vraag wie zich aan wie onttrekt. Gina kiest er voor haar geloofstwijfels te voeden met colleges theologie waarin het bestaan van God in twijfel wordt getrokken. Haar overtrokken en weinig milde reflectie op zichzelf –hoe vaak noemt ze zichzelf geen aanstelster en hypocriet?– doet haar in dat opzicht geen goed. Daarentegen onderneemt ze bijzonder veel pogingen om zich aan te passen en geliefd te maken in haar oude omgeving.

Het kerkgebouw van de gereformeerde gemeente in het Zeeuwse Meliskerke. Het boek vertoont raakvlakken met de Zeeuwse geloofsgemeenschap waaruit de auteur afkomstig is. Bron Wikimedia Commons

Is het ook niet de gemeenschap die zich van haar ontworstelt, die geen liefde van hogerhand te geven heeft? Op catechisatie bad ouderling Poppe, “en ik bad erg met hem mee: dolgraag wilde ik een plantje zijn dat van de Heere mocht groeien. En wees het feit dat ik dat zo graag wilde niet al ergens op? Daarna begon hij vragen te overhoren. Toen gebeurde er iets vreemds. Het leek wel of ik naast mijn eigen lichaam stond. Mijn arm handelde buiten mijn wil om. Ik zag mezelf mijn vinger opsteken en daarna hoorde ik mezelf vragen: Hoe weet je nu of je bekeerd bent? Ik luisterde met verbazing naar mijn eigen woorden. Ik had helemaal niets willen vragen. Niemand vroeg ooit iets tijdens catechisatie, en al helemaal niet zoiets persoonlijks. Ook Poppe was er duidelijk mee verlegen. Het bleef een tijdje stil. Denk je niet, Ina, zei hij ten slotte, dat je merkt als de Heere krachtdadig in je werkt? Denk je niet dat dan je hele leven verandert? Het bloed trok naar mijn wangen. Ik werd publiekelijk op mijn nummer gezet. Wat hij eigenlijk zei, was: Denk in geen geval dat jij al bekeerd bent, want je zou er heel anders bij zitten, niet zo met je kin omhoog en je schouders naar achter.”2

Ten slotte is het God zelf die geen welbehagen in Gina heeft, oppert ze in het verhaal. “Nee, ze had het geloof niet verloren, ze had het afgelegd. Of liever: het had haar verloren.”3

Ontworteld zoekt Gina voldoening in kunst en literatuur. Het lost haar verlangen nauwelijks in. Franca Treur speelt in het verhaal met de vraag maar laat het antwoord open of het verlangen naar een overweldigende ervaring te vinden is zonder gemeenschap, zonder Bijbel, zonder God.

 

  1. Blz. 340.
  2. Blz. 298-299.
  3. Blz. 322.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *