Een kerk in Wassenaar. Bron Gerard Dukker, via RCE, Wikimedia Commons

Enige tijd geleden sprak ik een Urker zanger. Na de spreekwoordelijke koetjes en kalfjes vroeg ik hem waarom koren zoals die van hem zo hard zingen. Terwijl zijn ogen lichtjes schitterden, reageerde hij met een proeve van bekwaamheid door Psalm 107:12 in te zetten: „Zij die de zee bevaren, met schepen rijk bevracht.” Hij stopte en zuchtte voldaan. „Hiervoor oefenen we dus jaren.”