Recensie: B. den Uyl, Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam

Bob den Uyl, Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam (1975). Bron ardjanlogmans.nl

Sommige boeken vallen op door de titel: Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam. Vaag staat me bij dat de schrijver ervan, Bob den Uyl (1930-1992), geen onbekende was in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Misschien is het de jaarlijkse Bob den Uyl-prijs die een belletje doet rinkelen. In zijn bekendste bundel is God zo duister dat hij afwezig is. Toch komt de schrijver niet los van zijn gereformeerde opvoeding.

Digital humanities begint een modewoord te worden op universiteiten. Nadat neerlandici en oudtestamentici digitale programma’s gebruikten om teksten te fileren, volgen nu historici. Afgelopen jaar werden de eerste symposia georganiseerd zoals aan de Vrije Universiteit door Fred van Lieburg over God in Nederland 3.0. Maar wat levert dit nieuwe perspectief op? Tijd voor een onderzoekje in Digibron, de archiefbank van de gereformeerde gezindte.

Wetenschappers, architecten en geïnteresseerden dachten vrijdag 14 november 2014 na over de betekenis van een kerkgebouw. De bezoekers van het Dutch Bible Belt Network, bijeen in Museum Catharijneconvent in Utrecht, vragen geen bunkerkerken maar open en toegankelijke kerkgebouwen. In Barneveld zijn de laatste jaren drie grote kerkgebouwen verrezen. Vrijwel naast elkaar zijn de twee kerken De Hoeksteen (2500 zitplaatsen) en de Adullamkerk (1500 zitplaatsen) gebouwd. Verderop is het gebouw van de Hersteld Hervormde Gemeente (700 zitplaatsen) te vinden. De eerste twee kerken kregen bij de oplevering in de pers de naam refodomes, in het bezit van een excentriek clubje christenen. Dutch Bible Belt Network wil serieus contact onderhouden met de gereformeerde gezindte voor wetenschappelijk onderzoek naar het leven van reformatorische christenen. Een tweede bijeenkomst van het netwerk ging vrijdag over reformatorische kerkbouw.

Franse protestanten bijeen tijdens een hagepreek in de 18e eeuw.Franse protestanten hebben in vergelijking met hun Nederlandse soortgenoten een verleden van veel onderdrukking gehad. Tot aan het begin van de negentiende eeuw werden ze achtergesteld ten opzichte van de Rooms-Katholieke Kerk en vervolgd door de Franse regering. Soms was dat zeer expliciete vervolging: opheffing van kerkelijke gemeenten, vermoorden van predikanten en vervolgen van gemeenteleden. Dan weer ervoeren protestanten periodes van verlichting. Ze werden enigszins geduld zolang ze protestantse gebruiken maar verborgen hielden voor de samenleving. Kerken moesten ze in de openlucht (zie afbeelding Max Leenhaardt, Musée du Désert).

Bron RD

Bron RD

„Toen ik een geweerschot in mijn arm ontving dacht ik bij mijzelven; dat is dicht bij mijn hart, was het in mijn hart geweest, dan lag ik nu al in de hel; bekeering was toen het eene nodige voor mij.” Zo blikt Ebe Rinders Kooistra in 1860 terug op zijn leven.

Kooistra zet zijn levensverhaal op papier en geeft het de titel mee: ”Gods voorzienigheid, blijkbaar in de wonderlijke leiding, bekeering en bewaring van Ebe Rinders Kooistra, voorheen werkzaam bij ’s Rijks Marine te Vlissingen. Bevattende: een kort verhaal van zijn lotgevallen in Nederland, Frankrijk, Italië en Afrika, met een voorwoord van W. H. Gispen, Voorheen Gereformeerd Leeraar te Vlissingen en te Amsterdam”.