Recensie: B. den Uyl, Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam

Bob den Uyl, Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam (1975). Bron ardjanlogmans.nl

Sommige boeken vallen op door de titel: Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam. Vaag staat me bij dat de schrijver ervan, Bob den Uyl (1930-1992), geen onbekende was in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Misschien is het de jaarlijkse Bob den Uyl-prijs die een belletje doet rinkelen. In zijn bekendste bundel is God zo duister dat hij afwezig is. Toch komt de schrijver niet los van zijn gereformeerde opvoeding.

Christelijk Conservatief Beraad.GOUDA – Nederland is gebaat bij een volwassen omgang met de christelijke traditie, vindt filosoof Govert Buijs. Het puberale afscheid van religie moet opzij worden gezet.

De bekende vrijzinnige theoloog Harry Kuitert (90) brak het christelijk geloof steen voor steen af. Nu is de kerk aan de beurt.

Kuitert publiceerde in november 2014 het boek Kerk als constructiefout. Bron ardjanlogmans.nl

Kuitert publiceerde in november 2014 het boek Kerk als constructiefout.Bron ardjanlogmans.nl

Ik ben dertig. Waar in de kerk zijn de vrienden te vinden van mijn ouders, opa’s en oma’s? Opgegroeid in de jaren veertig, vijftig of zestig hebben duizenden Nederlanders de kerk vaarwel gezegd. Een millennium christendom in Nederland lijkt met één generatie verleden tijd te zijn.

Bron ardjanlogmans.nl

Bron ardjanlogmans.nl

Het aantal ongelovigen in Nederland neemt toe. Kerkelijkheid neemt af maar religie blijft in allerlei vormen toch bestaan. Studievereniging Versot van de Universiteit van Tilburg vierde donderdag haar jubileum met het symposium ‘Van God Los’.

De meeste christenen die de kerk de rug hebben toegekeerd, maakten in de puberteit al die keuze, stelt EO-presentator Tijs van den Brink op het symposium. Hij baseert zich daarvoor op gesprekken met ex-gelovigen in het programma Adieu God. ‘Seksuoloog Goedele Liekens kon er niet bij dat de nonnen op haar school vals speelden met het spel Monopoly. Die heiligen, die zeiden getrouwd te zijn met God, sjoemelden met geldbriefjes. Bij een ander, die in zijn jeugd zijn moeder verloor, knapte er iets toen de pastoor op de begrafenisdienst zei dat God goed was. Dat ging er bij hem niet in.’