Een kerk in Wassenaar. Bron Gerard Dukker, via RCE, Wikimedia Commons

Enige tijd geleden sprak ik een Urker zanger. Na de spreekwoordelijke koetjes en kalfjes vroeg ik hem waarom koren zoals die van hem zo hard zingen. Terwijl zijn ogen lichtjes schitterden, reageerde hij met een proeve van bekwaamheid door Psalm 107:12 in te zetten: „Zij die de zee bevaren, met schepen rijk bevracht.” Hij stopte en zuchtte voldaan. „Hiervoor oefenen we dus jaren.”

Een hervormingslied uit 1817. Bron Google Books

„Waar is zoo veel leeds geleden?/ Zoo gemoord en zoo gebrand?/ Waar zoo lang en bang gestreden,/ Als weleer in Nederland?/ Wij vereeren, dapp’re Vaadren!/ Uwe waarheidsliefd’ en moed./ Altijd stroom’ uw edel bloed/ Onverbasterd in onz’ aadren!/ Uw geloof en deugd en kracht/ Sier’ uw dankbaar nageslacht!”